Activiteiten om te rijmen in de klas

rijm rijmen activiteiten oefenen klas taal

Om te kunnen rijmen moeten kinderen rijmwoorden kunnen herkennen en kunnen produceren. Deze week een aantal rijm activiteiten om rijmen te oefenen in de klas.

Rijmen

Kunnen rijmen is onderdeel van het fonetisch bewustzijn. Bij rijmen moeten de kinderen luisteren of de twee woorden hetzelfde klinken. Daarbij zijn er twee dingen die de kinderen moeten leren. Ten eerste moeten ze rijm kunnen herkennen, maar je wilt ook dat kinderen zelf rijmwoorden kunnen produceren.

Rijmkaarten

Een aantal spellen om rijm te leren herkennen kunnen gespeeld worden met rijmkaarten. Dit zijn kaarten met daarop afbeeldingen die met elkaar rijmen, bijvoorbeeld een plaatje van een kaart en een taart. Kant en klare kaarten vind je o.a. op de website van Juf Sanne. Voor de hogere groepen kan je ook kaartjes gebruiken met daarop woorden, bijvoorbeeld deze gratis rijmkaartjes voor groep 3 t/m 8. De spellen zijn als volgt:

1. Memory

Heel simpel, knip alle kaarten uit en draai ze om. Speel nu memory in groepjes door om de beurt twee kaarten om te draaien. Rijmen de woorden dan mag je ze pakken en nog een keer. Rijmen ze niet? Dan draai je ze weer om en is de volgende aan de beurt.

2. Mix en match

Geef ieder kind een kaart en laat ze die bekijken. Zorg dat iedereen weet welk woord hun plaatje uitbeeldt. Daarna gaan de kinderen rondlopen met als doel hun maatje te vinden, degene met het woord dat rijmt op hun eigen woord.

3. Bij elkaar zoeken

Leg van elk rijmpaar één kaart op tafel en leg de andere kaarten omgekeerd op een stapel op tafel. Laat nu de kinderen alleen of in tweetallen één voor één een kaartje pakken van de afgedekte stapel. Spreek het woord uit en leg het woord bij het juiste rijmwoord.

Welke hoort er niet bij?

Schrijf drie woorden op het bord en vraag de kinderen welke woorden rijmen. Begin met een paar makkelijke, bijvoorbeeld:

  • doek
  • hoek
  • kast

Maak het daarna iets moeilijker. Vaak als we rijmen uitleggen zeggen we dat het einde van het woord op elkaar rijmt. Het kan zijn dat kinderen dit heel letterlijk nemen en alleen kijken naar de laatste letter. Schrijf daarom drie woorden op het bord met dezelfde laatste letter, maar die niet alle drie rijmen. Bespreek welke woorden rijmen en waarom er een niet bij hoort. Een voorbeeld:

  • bak
  • tak
  • hark

Lezen en luisteren

Zorg dat je in de klas regelmatig teksten laat horen die rijmen, bijvoorbeeld gedichten, liedjes of boeken die rijmen. Bespreek na het lezen of luisteren welke rijmwoorden je gehoord hebt en herhaal de tekst nog een paar keer gedurende de week. Doe dit bijvoorbeeld door enkele rijmwoorden weg te laten en de kinderen te laten raden welk woord er komt.

Enkele boeken waar veel rijm in zit:

Geef een reactie